Informatie Sleepboothaven.

| |

De Stichting Sleepboothaven Maassluis (SSM) is een samenwerkingsverband van de Stichting Hollands Glorie (Furie), Stichting "Help de Hudson", Stichting Maritieme Collectie Rijnmond (Elbe), Stichting tot behoud van het bergingsvaartuig Bruinvisch en de Stichting Nationaal Sleepvaart Museum. De aan de stichting gelieerde schepen Adriaan, Delta, Krimpen en Maassluis maken ook deel uit van de Stichting Sleepboothaven Maassluis.
Van iedere stichting neemt een afgevaardigd bestuurslid zitting in het SSM bestuur.
De SSM behartigt de belangen van de deelnemende stichtingen en zorgt voor promotie en ontwikkeling van de sleepboothaven.
Tot de promotionele activiteiten van de SSM behoren o.a. het organiseren van de vaardagen en de Dag van de Zeesleepvaart, het deelnemen aan nautische evenementen zoals Dordt in Stoom en de Wereldhavendagen te Rotterdam.
Ook is de SSM aanwezig met een informatiestand op de 2-jaarlijkse tentoonstelling Europort te Rotterdam.

\r\n

sleepboothaven2Een nadere kennismaking met de Stichting Sleepboothaven Maassluis en haar leden:

\r\n

De Stichting Sleepboothaven Maassluis behartigt de belangen van de deelnemers in de enige sleepbootmuseumhaven ter wereld, gevestigd in Maassluis.
De samenwerking tussen de deelnemende stichtingen in de Stichting Sleepboothaven Maassluis is uniek. De participanten vertegenwoordigen een unieke collectie cultureel erfgoed. Aan de Hoogstraat 1-3 is sinds 1979 het Nationaal Sleepvaartmuseum gevestigd. Ook Nederlands laatste zeegaande stoomsleepboot Furie en Museumschip Hudson hebben hier hun ligplaats. Aan de speciaal aangelegde steiger daartegenover liggen afgemeerd het bergingsvaartuig Bruinvisch en de havenslepers Maassluis, Krimpen en Adriaan. In de buitenhaven ligt de zeesleper Elbe.
Deze schepen en het sleepvaartmuseum vormen niet alleen een unieke collectie maar het geheel bezit ook een grote ensemblewaarde.
De Stichting Sleepboothaven Maassluis vormt het aanspreekpunt voor de deelnemers waar het de gezamenlijkheid betreft. Zowel facilitair als promotioneel biedt de SSM een paraplu voor de stichtingen.

\r\n

havenkom-1 thumbHet Nationaal Sleepvaart Museum

\r\n

Op 18 April 1979 werd het Nationaal Sleepvaart Museum feestelijk geopend, dat was dus op 18 april 2014 precies 35 jaar geleden. We hebben in de 35 jaar van ons bestaan wel bewezen dat wij in Maassluis een uniek museum hebben. Dat we 35 jaar bestaan heeft een reden en die is dat wij in staat zijn iedere keer weer een aantrekkelijke expositie te brengen.
Op deze website vindt u van alles over het Nationaal Sleepvaart Museum te Maassluis. Het Nationaal Sleepvaart Museum is het enige museum ter wereld dat zijn collectie uitsluitend op de sleepvaart richt.
Men kan er veel te weten komen over de geschiedenis en de ontwikkeling van het Nederlandse sleepvaartbedrijf in de meest uitgebreide zin.
Ook wordt aandacht besteed aan verwante werkzaamheden, zoals hulpverlening ter zee, berging, het duikbedrijf, offshore-werk en de uit de sleepvaart voortgekomen bedrijfstak "zwaar transport" .
Naast een doorlopende expositie zijn er regelmatig wisseltentoonstellingen, waarin bepaalde onderwerpen uit de rijke historie van de sleepvaart uitgebreid worden belicht.
De verzameling omvat onder meer foto's, schilderijen, sleepbootmodellen, sleepmateriaal, gereedschappen, bijzondere onderscheidingen, eigendommen van legendarische bemanningen, radiohutten, scheepsbrug en een shipsimulator.
Het museum beschikt over een bibliotheek en documentatiecentrum met logboeken, krantenknipsels, foto's, video's, modelbouwtekeningen, filmsysteem en een bezoekersinformatiesysteem.

\r\n

De schepen in alfabetische volgorde:

\r\n

ADRIAAN (Kooren KOTUG) (2)ADRIAAN

\r\n

Voormalige havensleepboot van Sleepdienst Adriaan Kooren, bouwjaar 1957, vermogen 375 pk. Verblijft momenteel elders.
(http://www.kotug.nl/)

\r\n

 

\r\n

 

\r\n

 

\r\n

 

\r\n

BRUINVISCHBRUINVISCH

\r\n

De "Bruinvisch" is de laatst overlevende van een generatie vooroorlogse bergingsvaartuigen van het zgn. "blazer" type, een scheepstype dat oorspronkelijk in gebruik was bij de vissers van de Zuid-Hollandse eilanden. Het schip is gebouwd in opdracht van W.A. van den Tak's Bergingsbedrijf, het latere Smit-Tak, en heeft decennia lang Maassluis als thuishaven en uitvalbasis gehad. Van 1937 tot haar verkoop naar Spanje in 1990 heeft de "Bruinvisch" onder Nederlandse vlag gevaren. Het 24 meter lange bergingsvaartuig bleek een succesvol en veelzijdig scheepje. Behalve bij talloze bergingen verleende ze tevens assistentie bij het leggen van pijpleidingen, seismisch onderzoek t.b.v. de oliewinning op zee, duikwerkzaamheden en het traceren en opvissen van verloren ankers en -kettingen. Haar indrukwekkende carrière onder Nederlandse vlag omvat verder o.m. de omvangrijke wrakopruimingswerkzaamheden in de Nieuwe Waterweg na de Tweede Wereldoorlog en de beroemde bergingsoperaties in het Suezkanaal onder auspiciën van de Verenigde Naties in 1957. Dankzij bemiddeling van de heer Luuk Vroombout, directeur van Alphatron Marine, werd de firma Kahn Scheepvaart, generaal agent van rederij Jumboshipping, bereid gevonden om dit stukje maritiem erfgoed aan boord van een van haar zwareladingschepen van Cartagena naar Rotterdam te vervoeren.
(http://www.bruinvisch.nl/)

\r\n

 

\r\n

Elbe (4)ELBE

\r\n

Eigenaar is de Stichting Maritieme Collectie Rijnmond. Voorzitter Hans Hoffmann van de Stichting Maritieme Collectie Rijnmond (SMCR) was een van de initiatiefnemers van het eerste uur om de Elbe weer in oude staat te herstellen. In samenwerking met het Havenmuseum in Rotterdam werd de Elbe in 2002 overgenomen van de toenmalige eigenaar Greenpeace. Het Havenmuseum werd de nieuwe eigenaar, voor het beheer van de zeesleper werd de SMCR opgericht. In 2005 is de Stichting Maritieme Collectie Rijnmond naast beheerder ook eigenaar geworden van het schip. Het Havenmuseum blijft op adviesbasis verbonden met de Elbe.
De Elbe is begonnen aan haar vierde leven, als gerestaureerde zeesleper, beschikbaar voor het publiek. U kunt de Elbe bezoeken in haar thuishaven Maassluis, tijdens maritieme evenementen in binnen- en buitenland, maar ook een vaartocht maken met dit unieke varende monument, als laatste nog varende zeesleper van Smit. Smit besloot de Elbe in 1976 af te stoten en ten verkoop aan te bieden. Een van de voorwaarden hierbij was, dat de sleper niet in handen van een concurrent mocht komen. Met de verbouwing tot loodsvaartuig, waarbij uiteraard de sleeplier werd verwijderd, zou de Elbe een nieuwe toekomst tegemoet gaan.
(http://www.zeesleperelbe.nl/)

\r\n

 

\r\n

 

\r\n

Furie (06)FURIE

\r\n

Stichting Hollands Glorie is de beheerder van de stoomsleepboot "Furie". Afkomstig van de werf Bodewes te Martenshoek (1916), zette de Furie haar loopbaan in 1919 voort als Holmen ("het hout"), later Holmvik ("houtbaai") in Zweden bij het houttransport over de rivieren en de Oostzee aldaar. Het schip werd in 1976 aangekocht door de AVRO voor de televisieserie "Hollands Glorie", naar het gelijknamige boek van Jan de Hartog. Sinds 1979 is zij eigendom van de Stichting Hollands Glorie in Maassluis, alwaar zij weer geheel in de oude staat, luister en glorie is gebracht. Als laatste zijn in 2013 alle 200 vlampijpen van de machine vervangen. De Furie is thans de enige operationele stoomzeesleper van Nederland.
(http://www.furie.nl/)

\r\n

 

\r\n

 

\r\n

 

\r\n

Hudson 2HUDSON

\r\n

Museumschip "Hudson", voormalige zeesleper van L. Smit & Co Internationale Sleepdienst en daarna geexploiteerd als drijvende ijsfabriek in Noord-Afrika. Bouwjaar 1939, vermogen 750 pk.
(http://museumschiphudson.com/)

\r\n

 

\r\n

 

\r\n

 

\r\n

 

\r\n

 

\r\n

 

\r\n

Krimpen (5)KRIMPEN

\r\n

De KRIMPEN is een voormalige Rotterdamse havensleepboot van Smit Internationale met een machinevermogen 300 pk.
De KRIMPEN werd in 1954 te water gelaten bij scheepswerf Bodewes te Millingen a/d Rijn. Deze sleepboot werd door L. Smit & Co's Internationale Sleepdienst Mij. N.V. te Rotterdam in hetzelfde jaar in dienst gesteld. In het kader van de naoorlogse vlootvernieuwing zijn van dit type sleepboot voor dezelfde opdrachtgever nog een aantal zusterschepen gebouwd: KRALINGEN, KIJKDUIN, KATENDRECHT en KAPELLE.
In 1988 werd zij verkocht aan handelsonderneming Stolk te Hendrik Ido Ambacht. Deze verkocht de boot naar Engeland met thuishaven Hull.
In 2002 keerde de Krimpen terug naar Nederland.
Zij is tegenwoordig te zien in de haven van Maassluis.

\r\n

 

\r\n

 

\r\n

Maassluis-2012-05-12LvdMMAASSLUIS

\r\n

Vele oudere Maassluizers kunnen zich de havensleper Maassluis wellicht nog goed herinneren. Haar bij- en koosnaam was "het Maassluisje". De kleine maar krachtige havensleper was dan ook speciaal gebouwd voor werkzaamheden in en rond de Maassluise haven. Scheepswerf De Haas - toen scheepswerf Zorg en Vlijt genaamd - verkreeg in 1948 van de Internationale Sleepdienst Maatschappij opdracht tot het bouwen van twee kleine slepers voor inzet in het Rotterdamse havengebied. De Maassluis verkreeg als thuishaven Maassluis en de tweede sleper kreeg de naam Vlaardingen met als thuishaven Rotterdam.
Vanaf 10 februari 1949 tot begin 1969 verrichte de Maassluis allerlei sleepwerk en andere hand- en spandiensten die direct te maken hadden met de zeesleepvloot van Smit die in Maassluis hun thuishaven had. De Maassluis verleende dan ook assistentie aan de eens omvangrijke vloot zeeslepers die het Smit concern bezat bestaande uit maar liefst 21 zeesleepboten. Veel opvarenden van de zeeslepers van Smit zullen zich de Maassluis herinneren als het slepertje dat langzij kwam als zij met hun sleper de Nieuwe Waterweg opkwamen en alvast de koffers ophaalde of liever nog alvast familieleden aan boord bracht. Grote of kleine eenheden uit de Smit vloot werden door het Maassluisje geassisteerd bij het in- en uitvaren van de Maassluise haven die bij de kapiteins bekend stond als dat rotgat waar je met veel stuurmanskunst zonder schade in moest zien te komen, want de baas keek veelal mee. Toen de zeeslepers groter werden en Maassluis steeds minder werd aangedaan besloot de toenmalige directie van Smit het scheepje af te stoten en onder te brengen bij het dochterbedrijf Eerland te Rotterdam.
Op initiatief van de heer Luuk Vroombout, directeur van Alphatron, werd de stichting Maritiem Erfgoed Maassluis opgericht als toekomstige eigenaar van "het Maassluisje" en werd de koop gesloten.

\r\n

DELTA 02306810 KDSC07861DELTA

\r\n

Op 14 november 2000 is de motorsleepboot ''Delta'', van de familie van Deijk, door de stichting Federatie Oud-Nederlandse Vaartuigen erkend als varend monument.
De Delta, een motorsleepboot uit 1946, heeft Maassluis als thuishaven en wordt momenteel met veel plezier voor de recreatievaart gebruikt. De 16 meter lange en 4.20 meter brede sleepboot biedt veel ruimte.De boot heeft tot 1982 heel wat beroepsmatig werk verzet. In opdracht van de heer Van Riemsdijk, wonende te Maasbracht, is zij in 1946 voor ƒ 50.000,- gebouwd bij de werf S. Seymonsbergen te Amsterdam. In 1948 werd de Petronella verkocht aan de heer B.C. de Bot. Deze woonde ook in Maasbracht en noemde haar ''Gercor''. Hij heeft de ''Gercor'' 22 jaar in zijn bezit gehad en woonde er op met zijn vrouw en 3 kinderen. Net na de oorlog heeft de boot een tijd lang met een bok gevaren om de gezonken schepen, die in de Maas lagen, te lichten. In die tijd was de sleepboot een hele krachtpatser. De boot is uitgerust met een 3 cilinder INDUSTRIE type 3VD6A ,150 pk, bij 330 omwentelingen p/min. Het is de motor van de voormalige vissersboot ''KW 28''. In 1970 verkocht de heer De Bot de ''Gercor'' aan de heer A.J. v/d Hurk. Deze noemde de boot toen ''Eldorado''. 

\r\n

steenbank 10680STEENBANK

\r\n

In oktober 2016 voer de STEENBANK de haven van Maassluis binnen om ook deel te gaan uitmaken van het maritiem erfgoed van Maassluis. Hieronder volgt in vogelvlucht een overzicht van de belangrijkste historische momenten en technische bijzonderheden van de boot.

\r\n

De haven/kustsleepboot STEENBANK werd in 1960 met werfnummer 560 gebouwd door "N.V. Scheepswerven v/h H.H. Bodewes" te Millingen aan de Rijn. De kiel werd gelegd op 2 juni 1960. De tewaterlating vond plaats op 16 november van dat jaar. Haar zusterschip was de SCHOUWENBANK. Beide slepers waren tezamen met de Voith-Schneiderslepers AZIE en de EUROPA van P. Smit Jr. de eerste 4 europoortsleepboten. Het waren voor die tijd krachtige schepen, die de steeds groter wordende tankers in de havens van de Europoort goed konden behandelen.

\r\n

Zij mat bij indienststelling 183 BRT. Haar afmetingen zijn: lengte 30,38m (28,00m), breedte 7,55m, diepgang 2,99m en holte 3,81 meter.

\r\n

nrs vlagHaar voortstuwingssysteem bestaat uit een enkele vaste schroef in een straalbuis, diesel-electrisch aangedreven door twee 4-takt 8-cylinder K.H.Deutz dieselmotoren (nr.2599726/33 +2599718/25), type BA.8M.528, die gezamenlijk een vermogen voortbrengen van 1.240 apk (912 kW) bij 750 rpm, goed voor een snelheid vrijvarend van 11 mijl en een trekkracht van 13 ton bollard pull.

\r\n

smit international b v logo primaryOp 16 december 1960 werd zij door de werf afgeleverd aan opdrachtgever "L. Smit & Co's Internationale Sleepdienst Maatschappij N.V." te Rotterdam. Zij voer onder Nederlandse vlag en werd geregistreerd te Rotterdam met brandmerk 10810 Z Rott 1960 (IVR 2710810). Haar roepnaam werd PHSF. Omstreeks 1967 kreeg zij IMO nummer 5339743, gebaseerd op haar toenmalige nummer in Lloyd's Register, LR66-67:533974.

\r\n

Zij verrichtte vele jaren sleepdiensten in het Europoortgebied. Zij lag aanvankelijk op station in de Berghaven te Hoek van Holland, en later met een groot aantal collega's in de Scheurhaven op de landtong Rozenburg.

\r\n

Op 31 mei 1961 werd de STEENBANK in charter gegeven aan de nieuw opgerichte "NRS - Nieuwe Rotterdamse Sleepdienst" te Rotterdam.

\r\n

Op 10 juli 1972 werd haar nieuwe naam ASTROLOOG en werd zij door "Smit Internationale Havensleepdiensten B.V." te Rotterdam ingezet in het Botlekgebied. Haar roepnaam werd PCVO.

\r\n

In april 1980 werd zij voor 25 miljoen Belgische Francs (ca. 700.000 euro) verkocht aan de "Belgische Zeemacht" (Marine) te Oostende en herdoopt in C/LT VALCKE met marinenummer (pennant) A 950. Zij werd onder Belgische vlag gebracht en geregistreerd te Oostende.

\r\n

Op 27 februari 1985 raakte het schip beschadigd bij een aanvaring ter hoogte van Zeebrugge (België) met de Britse ferryboot EUROPEAN ENTERPRISE.

\r\n

In 1994 werd zij tijdelijk opgelegd, om vervolgens in 1996 na een opknapbeurt weer in dienst te worden gesteld.

\r\n

In 2015 werd de VALCKE van de sterkte afgevoerd en voor de sloop verkocht aan Treffers te Haarlem.

\r\n

Begin oktober 2016 is bekend geworden dat de Stichting Sleepboothaven Maassluis tezamen met de Stichting Maritiem Erfgoed Maassluis plannen heeft de boot als varend museumschip naar deze plaats te halen, alwaar zij haar oude naam STEENBANK en oorspronkelijke uitmonstering weer terug zou krijgen. Nog in diezelfde maand werd het schip naar de buitenhaven van Maassluis gebracht om een grote opknapbeurt door vrijwilligers en scheepswerf De Haas te ondergaan.

\r\n

Tonijn   TOU-0331TONIJN

\r\n

De bergingssleepboot TONIJN werd in 1958 met werfnummer 105 gebouwd door "Scheepsbouwwerf en Machinefabriek H. de Haas - Zorg en Vlijt" te Maassluis. De tewaterlating vond plaats op 6 september 1958. Het was de eerste sleepboot met die naam van de rederij.

\r\n

Zij mat bij indienststelling 61 BRT. Haar afmetingen zijn: lengte 21,75m, breedte 5,60m, diepgang 2,30m en holte 2,50 meter.

\r\n

Haar voortstuwingssysteem bestaat uit een enkele vaste schroef, aangedreven door een 4-takt 4-cylinder Industrie dieselmotor (nr.4208), type 4D7, die een vermogen ontwikkelt van 330 apk (243 kW) bij 410 rpm., goed voor een snelheid vrijvarend van 9 mijl en een trekkracht van 4,5 ton bollard pull.

\r\n

Op 27 november 1958 werd de TONIJN door de werf aan de opdrachtgever "W.A. van den Tak's Bergingsbedrijf N.V." te Rotterdam opgeleverd.

\r\n

Zij werd geregistreerd te Rotterdam met brandmerk 10355 Z Rott 1958 (IVR 2710355) en roepnaam PIAU. Zij voer onder Nederlandse vlag.

\r\n

Op 16 april 1971 ging de rederij samen met het bergingsbedrijf van Smit Internationale onder de naam "Smit-Tak Internationaal Bergingsbedrijf N.V." te Rotterdam.

\r\n

Op 25 augustus 1972 werd de boot overgedaan aan een andere Smit dochter, "Bergings- en Transportbedrijf J. Van den Akker" te Vlissingen. Zij kreeg de naam DEURLOO en werd geregistreerd te Vlissingen met roepnaam PDPN.

\r\n

In 1979 werd zij verbouwd. Er kwam een nieuw stuurhuis en zij werd uitgerust als duwboot.

\r\n

Op 16 juli 1981 ging zij naar Smit dochter "Sleepdienst & Transportonderneming Gerrit J. Eerland LCM Zn." te Rotterdam, en werd herdoopt in EERLAND 28. Zij werd weer geregistreerd te Rotterdam met roepnaam PDWE.

\r\n

Op 1 juli 1988 werd zij teruggetrokken uit de zeedienst.

\r\n

Op 15 mei 2002 werd zij overgenomen door "Smit Transport Europe B.V." te Rotterdam. Zij werd geregistreerd te Rotterdam met brandmerk 26363 B R 2003 (IVR 2326363) en roepnaam PDWE.

\r\n

Begin november 2011 werd de EERLAND 28 uit de actieve dienst teruggetrokken en ter beschikking gesteld aan het Haven Museum Leuvehaven te Rotterdam.

\r\n

Op 5 april 2013 werd zij eigendom van "Boskalis Offshore Marine Services B.V." te Papendrecht.

\r\n

Rond begin oktober 2016 was er sprake van dat de EERLAND 28 naar de Sleepboothaven Maassluis zou komen. Inmiddels hebben we half november het schip onder haar oude naam TONIJN in de Maassluise binnenhaven mogen verwelkomen.

\r\n

Een bericht van 4 november 2011:

\r\n

De sleepboot Eerland 28 ligt sinds vrijdag in het Rotterdamse Havenmuseum aan de Leuvehaven. De sleepboot heeft ruim drie decennia dienst gedaan in de Rotterdamse haven. Dirk Valken was al die tijd kapitein.

\r\n
\r\n

De historie van de sleepboot gaat nog veel verder terug. In 1958 liep de boot in Maassluis van stapel, toen nog onder de naam Tonijn. Daarna kreeg hij de naam Deurloo en in 1981 kreeg hij z'n huidige naam Eerland 28.

\r\n

Dirk Valken maakte het allemaal mee. Hij gaat in zekere zin het schip achterna: Valken gaat als vrijwilliger aan de slag bij het museum. Desondanks voelde het toch een beetje als afscheid van zijn 'maatje'. "Het is een tijdperk van mijn leven geweest", zegt Valken. Eén van de mooiste dingen aan het schip: de motor. "Daar krijgen ze allemaal een harde van", grapt Valken wanneer de medewerkers van het Havenmuseum meteen de machinekamer induiken.

\r\n